Selecteer een locatie uit het dropdown menu om relevante aandelenklassen en beleggingen te zien. Uw thuismarkt is momenteel
Ziet u uw thuismarkt niet? Wijzig Edition

Deze zes grafieken bepaalden de Amerikaanse markten het eerste kwartaal

Het eerste kwartaal werd bepaald door zorgen over AI, de laatste maand door zorgen over de oorlog met Iran.

Afbeelding van grafiekelementen op een rode achtergrond met 'Q1' in het midden, die een kwartaal met een daling weergeeft

Belangrijkste punten

  • Het eerste kwartaal stond eerst in het teken van de gevolgen die de AI-hausse zou hebben en de verwachte renteverlaging. Maar op het laatst werd het gekenmerkt door de oorlog met Iran en de de olieprijsschok.
  • Door wat nu bekend staat als ‘AI-verliezershandel’, daalde de koers van aandelen van softwarebedrijven en andere bedrijven die kwetsbaar lijken voor verstoringen door de inzet van AI. Dat leidde ertoe dat beleggers met aandelen gingen schuiven, weg van de technologiesector.
  • Door de sterk gestegen olieprijs hebben analisten hun prognoses voor de inflatie omhoog bijgesteld. Aandelen, obligaties en goud hebben juist verlies geleden.

Begin 2026 was het beeld op de financiële markten dubbel. Beleggers worstelden met de onzekerheden die voortkomen uit de opkomst van AI-technologieën, maar werden getroost door de renteverlagingen door de Federal Reserve en andere grote centrale banken die verwacht werden. En toen brak de oorlog met Iran uit.

Het eerste kwartaal werd afgesloten met olieprijzen in de VS die recordhoogtes naderden en aandelen waarvan de koers de hele maand maart daalde. Op de laatste dag van de maand verkleinden beleggers hun positie, in de verwachting dat de oorlog spoedig voorbij zou zijn. Op de obligatiemarkten stegen de rentes (rendementen) hard ten opzichte van een maand geleden.

Beleggers gaan het tweede kwartaal in met sombere vooruitzichten, geplaagd door onzekerheid over de oorlog met Iran. Economieën hebben wereldwijd te kampen met een energieschok waardoor de zorgen over een hogere inflatie herleven. Dat plaveit de weg naar hogere rentes, in plaats van lagere en maakt beleggers bezorgd dat de economische groei lager zal uitvallen.

Hieronder leest u een overzicht van enkele van de ontwikkelingen die plaatsvonden in het eerste kwartaal .

AI-verlieshandel

Ongeveer tweeënhalf jaar, vanaf voorjaar 2023, zorgde de revolutie op het gebied van AI-technologie voor een enorme hausse op de aandelenmarkt, in het bijzonder voor techaandelen. Maar vanaf afgelopen najaar begon het tij te keren. Dat was het eerst merkbaar bij software-aandelen, en daarna, in 2026, trof een aanhoudende uitverkoop een breed scala aan sectoren, waaronder vrachtvervoer, commercieel vastgoed en financiële data. De zorg is dat AI de toetredingsdrempels zal verlagen en het bedrijfsmodel van gevestigde namen op z’n kop zal zetten.

De uitverkoop breidde zich uit naar bedrijven die nauw met technologie samenhangen en naar sectoren daarbuiten. Softwarebedrijven bleven onder vuur liggen en dat droeg zelfs bij aan steeds grotere problemen op de kredietverleningsmarkt. Die troffen zelfs Microsoft, dat voorop liep bij investeringen in AI en de integratie daarvan in producten. Het aandeel Microsoft daalde het eerste kwartaal 23,4%, het slechtste kwartaal sinds het vierde kwartaal van 2008 en de slechtste start van een jaar sinds de beursgang in 1986.

Rotatie op de aandelenmarkt

Een van de grote vragen begin 2026 was hoe blijvend de verschuiving van kapitaal zou zijn, weg van aandelen die sinds 2022 de stijgende aandelenmarkt hadden veroorzaakt. De AI-trend is een belangrijke motor geweest, die de aandelen van big tech- en andere groei-aandelen van grote bedrijven omhoog had gestuwd. Het leidde tot een historische concentratie binnen grote indexen, zoals de S&P 500. En tot een rendement die werd aangedreven door een handjevol bedrijven, in het bijzonder door Nvidia (NVDA).

Vanaf oktober 2025 waren er tekenen dat beleggers kapitaal verschoven naar waardeaandelen en kleine bedrijven. Het was nog te vroeg om te zeggen of dit blijvend zou zijn en ten koste zou gaan van de eerdere koplopers. Later bleek dat de verschuiving in het eerste kwartaal aanhield, eerst door aanhoudende problemen die techaandelen hadden en daarna doordat de oorlog met Iran uitbrak. Die luidde een rally in de energiesector in richting waarde-aandelen (hoewel sommige energie-aandelen het beter hebben gedaan dan andere). Grote groei-aandelen daalden 12,8% in het eerste kwartaal. Het was het slechtste kwartaal sinds het tweede kwartaal van 2022, toen zij 29,81% verloren.

Een olieschok door de oorlog met Iran

De wereld en de financiële markten veranderden op 28 februari, toen de VS en Israël Iran aanvielen. Sindsdien zijn alle ogen gericht op de Straat van Hormuz, waar normaal gesproken 20% van alle olie wereldwijd doorheen gaat, net als cruciale transporten van vloeibaar aardgas. De eerste dagen geloofden beleggers nog dat de oorlog van korte duur zou zijn en gingen zij er vanuit dat het transport van energie binnen iets meer dan een maand weer via de Straat van Hormuz zou gaan.

Maar inmiddels is meer dan een maand verstreken en duurt niet alleen de oorlog voort en blijft de zeestraat gesloten, maar is ook grote schade aangericht aan een belangrijke lng-installatie in Qatar en twee grote aluminiumfabrieken. Het stilleggen van de lng-productie heeft beleggers ook bezorgd gemaakt over de heliumproductie. Dat is een essentiële component van chips.

In het algemeen hebben de stijgende olieprijzen de vrees voor een hogere inflatie opnieuw aangewakkerd. Er is niet alleen sprake van directe effecten, in de vorm van hogere prijzen voor consumenten aan de pomp, maar ook van indirecte kosten, zoals hogere transportkosten. Op termijn zullen de voedselprijzen ook stijgen, aangezien boeren de gestegen kosten voor kunstmest zullen doorberekenen.

De OESO heeft de prognose voor de inflatie in G20-landen (waaronder 19 van ’s werelds grootste economieën) 1,2 procentpunt verhoogd naar 4,0%. Goldman Sachs heeft haar prognose voor de inflatie voor 2026 voor de Amerikaanse economie verhoogd naar 3,1%, op basis van de Personal Consumption Expenditures-index. De Fed streeft naar een inflatie van 2% op basis van deze PCE-index. Analisten van JP Morgan hebben hun inflatieprognoses voor dit jaar ook verhoogd, van 3,2% naar 3,4%.

Goud verliest zijn glans

Een van de opvallendste veranderingen op de financiële markten tijdens het kwartaal vond plaats bij de goudprijs. In januari zette de enorme prijsstijging van goud uit 2025 nog door. Het edelmetaal steeg sinds begin dit jaar ongeveer 25%, terwijl goudfutures boven de 5.300 dollar uitkwamen. Voorstanders van goud wezen op de geopolitieke onzekerheid, de explosief stijgende begrotingstekorten in grote economieën en aankopen van goud door centrale banken. Die zouden de prijs omhoog hebben gedreven. Maar eind januari stortten de goudprijzen in en daalden die binnen enkele dagen meer dan 13%. Zilver, dat ook enorm in waarde was gestegen, kelderde nog verder. Analisten gaven speculatieve spelers de schuld van deze uitverkoop.

Nadat de goudprijs in februari was gestabiliseerd, dook die bij het uitbreken van de oorlog met Iran verrassend genoeg omlaag. Goud staat bekend als een veilige haven voor beleggers en als een manier om waarde te behouden als er sprake is van inflatie. Maar handelaren vonden de mogelijkheid van renteverhogingen door de Fed, de Bank of England en de Europese Centrale Bank iets negatiefs. Met als resultaat een zenuwslopende rit voor beleggers in goud.

Rendement van obligaties stijgt door zorgen over een hogere inflatie

Al voordat de oorlog uitbrak, wisten beleggers dat Fed-functionarissen in een lastige situatie verkeerden. De inflatie was hoger dan de doelstelling van 2%, terwijl de arbeidsmarkt tekenen van een behoorlijke vertraging vertoonde. Tegelijkertijd stond de Fed onder ongekende politieke druk van president Trump en krijgt die in mei een nieuwe voorzitter.

Toch was in februari de casus voor renteverlagingen in 2026 sterk, vooral onder leiding van Kevin Warsh, Trumps kandidaat voor het voorzitterschap van de Fed. Nu de oorlog met Iran zorgen over een hogere inflatie aanwakkert, worden (bijna) geen renteverlagingen meer verwacht verdwenen en denken obligatiehandelaren steeds vaker dat er een renteverhoging zal komen.

Op de obligatiemarkt heeft dit geleid tot hogere rendementen (yields) en lagere koersen over de hele linie. Vlak voordat de oorlog uitbrak, was het rendement van een Amerikaanse staatsobligatie met een looptijd van tien jaar – de basis van veel hypotheekrentes – gedaald naar minder dan 4%, het laagste niveau sinds september 2024. Maar door de sterke gestegen olieprijs is dat nu weer rond de 4,3%, een oud hoogtepunt.

Bij obligaties met een korte looptijd, die meer beïnvloed worden door het beleid van de Fed, is sprake van een vergelijkbare, aanzienlijke stijging. Het rendement op de Amerikaanse schatkistobligatie sloot het eerste kwartaal op 3,79%. Dat is meer dan de 3,40% vóór de oorlog met Iran uitbrak.

De auteur of auteurs hebben geen positie in effecten die in dit artikel genoemd worden. Ontdek meer over Morningstar's redactionele beleid.