Selecteer een locatie uit het dropdown menu om relevante aandelenklassen en beleggingen te zien. Uw thuismarkt is momenteel
Ziet u uw thuismarkt niet? Wijzig Edition

Waarom uw portefeuille misschien minder gespreid is dan u denkt

In wereldwijde aandelenfondsen zijn Amerikaanse aandelen dominant. Maar ook binnen de Europese markt bepaalt een klein aantal bedrijven hoe de beurs het doet.

Belangrijkste punten

  • Binnen een wereldwijd aandelenfonds ligt de nadruk vaak op Amerikaanse groei-aandelen met een grote beurswaarde.
  • Dit zogeheten concentratierisico kenmerkt ook veel nationale aandelenmarkten in Europa.
  • Op sommige Europese markten, zoals Nederland, maakt één aandeel soms wel 50% van een nationale index uit.

Diversificatie is een van de effectiefste manieren om de risico’s die je als belegger loopt met je portefeuille te beheersen. Door je geld te spreiden over verschillende regio’s, economische sectoren en activa, beperk je de invloed van één markt of bedrijf op het totale rendement. En dat is belangrijk, vooral in periodes dat er grote marktschommelingen zijn op de beurs.

Maar hoe gespreid je beleggingen zijn, hangt niet af van het aantal activa in een portefeuille of het etiketje dat eraan is gehangen, maar van de onderliggende aandelen.

Veel beleggers wiens beleggingsportefeuille op het eerste gezicht goed gespreid lijkt te zijn over verschillende aandelenmarkten, kan daardoor toch nog steeds erg afhankelijk zijn van dezelfde, onderliggende factoren die het rendement bepalen.

Wat een wereldwijd aandelenfonds heet, ís is meestal niet zo wereldwijd gespreid

Wereldwijde aandelenfondsen worden vaak gezien als een eenvoudige manier om diversificatie te realiseren. Door de samenstelling van wereldwijde indexen is er echter een sterke nadruk op de VS, die doorgaans zo’n 60 tot 70% van de benchmark uitmaakt.

Daarbinnen is een relatief kleine groep grote technologiebedrijven verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de beurswaarde en de indexprestaties. In de Morningstar Global Markets Index vertegenwoordigt de Amerikaanse markt 60,9% van de portefeuille, met een totale blootstelling van 25,6% aan de technologiesector.

Dit betekent dat een „wereldwijd“ aandelenfonds vaak al een geconcentreerde belegging in Amerikaanse groeiaandelen met een grote marktkapitalisatie is. Het toevoegen van een specifiek Amerikaans aandelenfonds of een op technologie gerichte strategie kan die blootstelling aanzienlijk vergroten, in plaats van de diversificatie van de portefeuille te verbeteren.

Ook Europese aandelenmarkten zijn vaak zeer geconcentreerd, met alle risico’s van dien

Minder beleggen in de VS en meer in Europa: dat is voor Europese beleggers misschien een logische reactie om te zorgen dat je portefeuille niet te geconcentreerd is. Maar niet alleen wereldwijde indexen brengen een concentratierisico met zich mee, datzelfde geldt voor veel Europese aandelenmarkten. In negen van de twintig grootste markten van de Morningstar Europe Index maakt één bedrijf meer dan 20% van de gewicht van de index uit.

Nederland is een van de meest extreme voorbeelden. Chipfabrikant ASML maakt 48% uit van de Morningstar Netherlands Index. Dit betekent dat één bedrijf bijna voor de helft bepaalt hoe goed of slecht een markt presteert.

Die dynamiek zie je op meer nationale markten in Europa. In Denemarken vertegenwoordigt farmaceut Novo Nordisk ( NOVO B ) bijna 30% van de index en in België is brouwerij Anheuser-Busch InBev ( ABI ) goed voor ongeveer 24% van de nationale index. In beide gevallen hebben de prestaties van één bedrijf dus grote invloed op het rendement van de hele markt.

Zelfs op markten waar geen enkel bedrijf een dominante positie heeft, kan nog steeds sprake zijn van aanzienlijke concentratie. In de Morningstar Switzerland Index zijn Roche ( ROP), Novartis (NOVN) en Nestlé ( NESN ) bij elkaar opgeteld goed voor ongeveer 40% van het gewicht van de index. Gevolg is dat de nadruk van deze index sterk op slechts twee sectoren ligt: gezondheidszorg en essentiële consumentengoederen.

Sectorconcentratie is een ander risico, vooral bij ETF’s die benchmarks van landen volgen. Zuid-Europese markten, zoals Spanje en Italië, richten zich sterk op de financiële sector, waarin banken een groot deel van het indexgewicht uitmaken. In bijvoorbeeld Denemarken en Zwitserland domineert juist de sector gezondheidszorg en in Noorwegen is de energiesector zwaar vertegenwoordigd via bedrijven als Equinor (EQNR).

Waarom is het concentratierisico kleiner bij actief beheerde fondsen?

Alles bij elkaar opgeteld is de conclusie dat concentratie vaak inherent is aan de manier waarop aandelenmarkten zelf in elkaar zitten. Of daardoor uw portefeuille even geconcentreerd is, hangt af van waar u in belegt én van de samenstelling van de beleggingsfondsen waarin u geld steekt.

Actief beheerde fondsen vallen in Europa normaal gesproken onder het UCITS-regime, dat regels heeft om het concentratierisico te beperken. Volgens de 5/10/40-regel mag een Europees fonds niet meer dan 10% in één speler beleggen en mogen belangen die groter zijn dan 5% bij elkaar opgeteld niet meer dan 40% van de portefeuille uitmaken.

Dit betekent dat actief beheerde aandelenfondsen geen (te) sterk geconcentreerde portefeuilles kunnen aanhouden en doorgaans een breed scala aan posities aanhouden. Hoewel dit het risico van individuele aandelen vermindert, kan het wel het rendement van spelers die goed presteren beperken, omdat fondsbeheerders verplicht zijn een positie te verkleinen als die in waarde stijgt.

Dat is anders bij indexfondsen en ETF’s. Hoewel de meeste daarvan ook onder de UCITS-regels vallen, zijn ze ontworpen om een onderliggende index te volgen. Daardoor kunnen ze vrijgesteld worden van de standaard diversificatieregels. Dit maakt een grotere blootstelling aan individuele bedrijven mogelijk, vaak tot 20% van het totale gewicht. In sommige zeer geconcentreerde indexen is dat zelfs 35%.

Het gevolg is dat hoe gespreid een indexfonds is grotendeels bepaald wordt door de samenstelling van de index die het volgt. Op markten waar een klein aantal bedrijven de dienst uitmaakt, kan dit leiden tot een grote blootstelling aan afzonderlijke aandelen of sectoren. Wie een beter beeld wil krijgen van de risico’s van zijn portefeuille, moet daarom bekijken wat de grootste posities zijn, hoeveel gewicht de verschillende sectoren uitmaken binnen de index en hoe het gesteld is met de geografische spreiding van bedrijven die deel uitmaken van de index.

De auteur of auteurs hebben geen positie in effecten die in dit artikel genoemd worden. Ontdek meer over Morningstar's redactionele beleid.