Voornaamste conclusies
- Nadat de Fed in 2025 driemaal de rente verlaagde, verwachten de markten nu dat zij dat dit jaar nog één of twee keer zal doen.
- De meningsverschillen over het monetaire beleid die het FOMC in 2025 had, zullen dit jaar voortduren, zo verwachten analisten.
- Ondanks de aanstaande benoeming van een nieuwe voorzitter verwachten analisten dat de Fed onafhankelijk van politieke druk zal blijven opereren.
2025 was een bewogen jaar voor de Federal Reserve en 2026 lijkt al net zo veelbewogen te worden. Van politieke druk uit het Witte Huis tot de tijdelijke sluiting van de Amerikaanse overheid, waardoor de beschikbaarheid van essentiële economische data werd verstoord: de leden van het Federal Open Market Committee bevonden zich afgelopen jaar grotendeels op onbekend terrein.
De Amerikaanse economie overtrof de verwachtingen, met een economie die hard groeide, een aanhoudend hoge inflatie en een arbeidsmarkt die afkoelde. Tegelijkertijd ontstonden er - zeldzaam bij de Fed - meningsverschillen (en afwijkend stemgedrag) onder de leden; zij bereikten geen consensus over de beste monetaire koers. George Bory, hoofd beleggingsstrateeg voor het vastrentende team bij Allspring Global Investments, zegt dat de conflicten in 2025 enkele beperkingen van het Fed-beleid aan het licht brachten: “De inflatie ligt ruim boven de doelstelling en daalt niet, terwijl de werkloosheid stijgt. Dat benadrukt de uitdagingen waarmee de Fed geconfronteerd wordt.”
Hoewel analisten over het algemeen verwachten dat de centrale bank de rente komend jaar een of twee keer zal verlagen, denken zij ook dat de steeds grotere verdeeldheid die de tweede helft van 2025 kenmerkte, waarschijnlijk zal voortduren.
Ook zorgwekkend is de aanstaande bekendmaking van de nieuwe voorzitter ter vervanging van Jerome Powell, wanneer diens termijn in mei afloopt. Het Witte Huis heeft zijn kandidaat nog niet bevestigd, maar koplopers zijn onder meer Kevin Hassett, nu hoofd van de National Economic Council, en Kevin Warsh, een voormalig Fed-gouverneur. Van beiden wordt verwacht dat zij een voorstander zijn van de renteverlagingen waar president Donald Trump op aandringt. Dat zorgt voor een potentieel conflict met de leden van het comité die de rente liever op het huidige niveau houden, gezien de sterke economische groei en het aanhoudende risico van een stijgende inflatie.
Overzicht: de Federal Reserve in 2025
Na het grootste deel van het jaar de rente stabiel te hebben gehouden, verlaagde de Fed in 2025 uiteindelijk driemaal de rente, tijdens vergaderingen in september, oktober en december. Dat werd ingegeven door tekenen dat de arbeidsmarkt afkoelde. Die was de eerste maanden van het jaar relatief veerkrachtig gebleven, terwijl de inflatie hoog bleef, door de invoertarieven die het Witte Huis in april aankondigde. Dat het aantal banen in de zomer minder hard gegroeid bleek, was voor Fed-leden aanleiding om het beleid te versoepelen. Daarbij gaven zij de voorkeur aan het deel van hun dubbele mandaat dat gericht is op het bereiken van volledige werkgelegenheid.
Door de renteverlagingen in 2025 daalde de zogeheten federal funds rate van 4,25% à 4,50% begin dat jaar naar 3,50% à 3,75%. In totaal heeft de Fed de rente 1,75% verlaagd sinds het hoogtepunt van 5,25% à 5,50% in 2024.
Ongebruikelijk was dat deze beslissingen verre van unaniem waren. Ze gingen allemaal gepaard met tegenstemmen: één tijdens de vergadering in september, twee in oktober en drie in december. De stemmen waren in oktober en december verdeeld tussen één functionaris die voor nog grotere verlagingen was en twee die de rente liever stabiel hielden. Uit de zogeheten dot plot van december, waarin prognoses voor de toekomstige rentevoeten worden weergegeven, bleek dat zes Fed-leden (waaronder enkelen zonder stemrecht) er ook de voorkeur aan gaven de rentevoeten die maand stabiel te houden.
Deze verdeeldheid is een bron van voortdurende spanning voor de monetaire beleidsmakers: de arbeidsmarkt lijkt af te koelen, terwijl de inflatie nog steeds boven de doelstelling ligt. De economische groei oogt over het algemeen wel gezond. Dat plaatst de Fed in wat Powell herhaaldelijk heeft omschreven als een zeer moeilijke positie. Voor het aanpassen van de referentierentevoet, het belangrijkste instrument dat de Fed tot haar beschikking heeft, moeten centrale bankiers de ene kant van hun mandaat boven de andere laten prevaleren.
Federal Funds Rate: historische gegevens en FOMC-prognoses

Hoe vaak zal de Fed dit jaar de rente verlagen?
Na de recente drie renteverlagingen verwachten analisten over het algemeen dat de Fed tijdens de komende vergadering in januari de rente hetzelfde zal laten. Daarna zullen in 2026 nog één of twee renteverlagingen volgen, denken zij.
Volgens data van de CME FedWatch Tool schatten de obligatiefuturesmarkten de kans op een renteverlaging in januari in op 16%. Dat stijgt naar 45% in april, met nog een renteverlaging in september. In totaal verwacht de obligatiemarkt voor 2026 een versoepeling met nog eens 50 basispunten, ofwel twee renteverlagingen van 25 basispunten.
Roger Hallam, wereldwijd hoofd rentetarieven bij Vanguard, vindt dat redelijk, “gezien wat we weten over de economische groei, inflatie en veranderingen bij de Fed [in 2026]. De economie verkeert in een gunstige positie, maar de inflatie daalt nog steeds niet zo snel als [de Fed] zou hopen.”
Hallam voorspelt dat data over de arbeidsmarkt begin 2026 ongewis blijven. De komende maanden zou een hogere werkloosheid kunnen leiden tot snellere bezuinigingen. En een inflatie die langer aanhoudt dan verwacht (of verder stijgt) zou kunnen leiden tot een langere rentepauze. “Uiteindelijk verwachten we dat beslissingen van de Fed zullen worden bepaald door de economische ontwikkelingen”, zegt hij.
Preston Caldwell, senior-econoom bij Morningstar, verwacht ook twee renteverlagingen in 2026, één in de eerste helft en één in de tweede helft van het jaar. Hij denkt dat die misschien later zullen plaatsvinden dan de markt nu verwacht, omdat de inflatie aan het begin van het jaar mogelijk hoger blijft. Dit vanwege het feit dat er meer invoertariefkosten zullen worden doorberekend aan de consument.
Bory van Allspring omschrijft de mogelijke verlagingen als ‘mid cycle adjustments’ (aanpassingen halverwege de conjunctuurcyclus) om de Fed te helpen de rente geleidelijk te verlagen tot neutraal. Dat is een theoretisch niveau dat noch accommoderend noch restrictief is voor de economie. De meeste schattingen voor een neutrale rente liggen rond de 3%.
“We bevinden ons in een goede positie om af te wachten hoe de economie zich ontwikkelt”, verklaarde Powell in december tegen verslaggevers. Daarbij merkte hij op dat de federal funds rate al in de buurt van een neutrale stand stond. Bory voegt hieraan toe dat het hem niet zou verbazen als de Fed de rente ongewijzigd laat totdat er een nieuwe voorzitter aantreedt dit voorjaar.
Vacatures
Volgens analisten zal de Fed zich de komende maanden waarschijnlijk volledig op de arbeidsmarkt blijven richten. Het werkloosheidspercentage is gestegen van 4,4% in september naar 4,6% in november. Het is zorgwekkend als deze trend doorzet.
“Zolang de vraag naar arbeidskrachten afneemt en de werkloosheid toeneemt, is de weg vrij voor meer renteverlagingen, ondanks het luide verzet van de haviken”, schreef Chris Hodge, hoofdeconoom voor de VS bij Natixis, vorige maand in een rapport. “Het lijdt weinig twijfel dat Powell en de duiven sinds augustus hun aandacht volledig op de arbeidsmarkt richten.”
Een arbeidsmarkt die beter draait dan verwacht, zou de rekensommen kunnen veranderen. Op dit moment zijn “de arbeidsmarktcijfers waarschijnlijk belangrijker voor de Fed dan de inflatiecijfers”, zegt David Doyle, hoofd economie bij Macquarie Group. Hij denkt dat er op dat vlak verbetering aankomt en verwacht daarom geen renteverlagingen in 2026. Volgens hem zal de Fed de rente verlagen als slechtere werkgelegenheidscijfers daar aanleiding toe geven, “maar wij denken dat de cijfers hen ertoe zullen aanzetten om de rente níet te verlagen.”
Wees voorbereid op meer verdeeldheid
De volgende beslissing om de rente te verlagen of even hoog te houden, is waarschijnlijk niet eenvoudig, vooral als de inflatie hardnekkig hoog blijft en de arbeidsmarkt blijft afkoelen. Volgens Bory van Allspring zal de verdeeldheid onder beleidsmakers waarschijnlijk blijven, in ieder geval in de eerste helft van 2026. “Die spanning tussen het standpunt van de duifachtigen en visies met een havikachtige ondertoon zal blijven bestaan”, zegt hij.
“De markt zal er waarschijnlijk aan moeten dat meningsverschillen het stemgedrag van het FOMC kenmerken”, zegt Hallam van Vanguard. Hij denkt dat de spanningen dit jaar kunnen toenemen, maar dat is “niet per se een slechte zaak...als ze worden veroorzaakt door redelijke meningsverschillen over wijze waarop redelijke mensen data interpreteren”.
Bory is echter van mening dat de meningsverschillen de geloofwaardigheid van de Fed kunnen aantasten als ze blijven voortduren.
Volgens Hodge van Natixis kunnen toenemende meningsverschillen over het beleid “positief zijn” als ze voortkomen uit “diverse denkwijzen en een intensief debat opleveren.” Maar als politiek de belangrijkste drijfveer is, kan dat op de lange termijn de geloofwaardigheid van de Fed schaden.
Is de onafhankelijkheid van de Fed in gevaar?
Diepgaande zorgen over de onafhankelijkheid van de Fed traden meer op de voorgrond, toen president Trump herhaaldelijk Powells geloofwaardigheid in twijfel trok en serieus leek te overwegen om hem te ontslaan. Die zorgen werden verder versterkt door Trumps pogingen om Fed-gouverneur Lisa Cook te ontslaan – een kwestie die nog steeds niet opgelost is door het Hooggerechtshof. De aanstaande benoeming van een nieuwe voorzitter zou deze zorgen opnieuw kunnen aanwakkeren.
Voorlopig zeggen Fed-waarnemers dat er controlemechanismen zijn om te voorkomen dat de politiek het beleid gaat bepalen. “De Fed kan als instelling wel onder politieke druk komen te staan, maar beschikt over zoveel veerkracht en onafhankelijkheid dat zij zich op haar taak kan blijven concentreren”, aldus Bory van Allspring. Hij wijst op de organisatiestructuur van de Fed, die op commissies gebaseerd is en ziet dat als een buffer tegen politieke druk, die gericht is op de korte termijn.
“Een voorzitter die te partijdig wordt gevonden, onvoldoende geloofwaardigheid heeft en politiek beleid bevordert, zal moeilijk een meerderheid halen, laat staan consensus”, schrijft Hodge van Natixis. “Uiteindelijk is het heel moeilijk voor één persoon om de beslissingen van het FOMC te beïnvloeden en het monetaire beleid ingrijpend te wijzigen.”
Volgens Bory vindt er nog een andere belangrijke controle plaats op de onafhankelijkheid van de Fed: door de obligatiemarkt, die hij omschrijft als een “krachtig instrument dat real time een beeld geeft van het vertrouwen van de markt in het leiderschap van de Fed”. Als obligatiehandelaren het gevoel hebben dat de Fed te ver afwijkt van haar mandaat of toegeeft aan politieke druk, kunnen de rendementen snel en aanzienlijk stijgen. “De markt kan stemmen”, zegt hij.
Als een beweging scherp genoeg is, kan een snelle correctie op de obligatiemarkt of van de Amerikaanse dollar “voldoende zijn om het comité te laten pauzeren of zelfs van koers te laten veranderen”, aldus Doyle van Macquarie.

