Selecteer een locatie uit het dropdown menu om relevante aandelenklassen en beleggingen te zien. Uw thuismarkt is momenteel
Ziet u uw thuismarkt niet? Wijzig Edition

Dit zijn de vier belangrijkste vragen over de nieuwe belastingwet voor beleggers

Beleggers moeten vanaf 2028 meer belasting betalen, ook over papieren winsten. Al heeft minister Heinen (Financiën) wel beloofd de wet aan te passen, na massale kritiek.

Illustration of a floating piggy bank with cash and coins falling out from the bottom and a floating cork.

‘Een gedrocht’. Zo noemt beleggersvereniging VEB de nieuwe wet voor beleggers en spaarders, die door de Tweede Kamer is. Beleggers moeten op grond van deze wet vanaf 2028, het jaar dat de wet ingaat, meer belasting betalen. Ook over ongerealiseerde winsten – elk jaar. Waarschijnlijk verandert dit laatste op termijn wel.

Eelco Heinen, begin deze week opnieuw geïnstalleerd als minister van Financiën, ditmaal in het kabinet-Jetten, heeft dinsdag toegezegd ‘terug naar de tekentafel’ te gaan met de wet. Onduidelijk is echter wat er precies zal worden veranderd aan de wet. Daar zal ook de Eerste Kamer benieuwd naar zijn: die moet de wet nog goedkeuren. Al met al zal het nog een tijd duren voor beleggers weten waar ze aan toe zijn.

Vraag 1: Wat houdt de nieuwe wet in?

Op 12 februari jongsleden stemde een ruime meerderheid (93 van de 150 Kamerleden) vóór de Wet werkelijk rendement box 3. Als de Eerste Kamer ook instemt met deze wet, gaat die op 1 januari 2028 in. Dan geldt voor elke Nederlandse particuliere belegger dat hij ook elk jaar belasting betaalt over winst die hij alleen nog maar op papier heeft gemaakt – het ongerealiseerde rendement. In financieel jargon heet dat een vermogensaanwasbelasting.

Hierover zijn veel beleggers zeer verontwaardigd. Stel, je maakt in het eerste jaar dat de nieuwe wet geldt op papier een fantastische winst op je aandelenportefeuille. Alleen zegt de waarde daarvan op 31 december 2028 weinig over wat precies diezelfde aandelen op 2 januari, 2 februari of eind 2029 waard zijn - in het nieuwe kalender- en fiscale jaar dus. Want zoals elke ervaren beleggers weet, kan een grote winst op de beurs immers ook zó weer verdampt zijn als de koers van je aandelen, cryptovaluta of zelfs obligaties hard onderuit gaat.

Maar als dat gebeurt, moet je op grond van de nieuwe wet tóch belasting betalen over die verdampte winst. En kun je dat lang niet altijd na drie jaar weer verrekenen met de fiscus. Alleen voor beleggers in vastgoed of startups is een uitzondering gemaakt: zij hoeven pas met de fiscus af te rekenen nadat zij hun belang hebben verkocht. Maar veruit de meeste particuliere beleggers zijn niet in die hoek actief; de gemiddelde zzp’er of ondernemer die voor z’n pensioen belegt krijgt ook heel moeilijk toegang tot deze deelmarkt.

Die jaarlijkse afrekening van het papieren rendement is echter niet het enige probleem van de nieuwe wet. ‘De meeste beleggers zijn vanaf 2028 gewoon slechter af,’ zegt Hendrik Meesman, oprichter en directeur van Meesman Indexbeleggen. Over het algemeen hoef je straks alleen minder belasting te betalen dan nu als je minder dan 3% rendement per jaar haalt, rekende hij uit. ‘Voor spaarders zijn de nieuwe regels dus wél gunstiger.’

Vraag 2: Wat verandert er, vergeleken met de huidige regels?

Dat beleggers meer belasting gaan betalen vanaf 2028, komt door een optelsom van veranderingen in de regelgeving. Om te beginnen wordt de belastingvrije voet afgeschaft en vervangen door een jaarlijks bedrag aan rendement dat vrijgesteld is. En dat pakt negatief uit voor mensen die meer dan €22.500 hebben belegd in bijvoorbeeld aandelen en daar 8% rendement over halen, rekende Hendrik Meesman uit.

Ga maar na: over dit jaar is de belastingvrije voet €59.537 per persoon (het precieze bedrag verschilt per jaar, maar komt hierbij in de buurt). Vergelijk dat met het vrijgestelde rendement van €1.800 per jaar, dat vanaf 2028 geldt. Op dat bedrag kom je al uit als je 8% rendement haalt op een belegd vermogen van €22.500.Maar stel, je geld staat op een spaarrekening die 1,5% rente vergoedt. Dan hoef je pas belasting te gaan betalen vanaf een vermogen van €120.000. Overigens is die 8% geen onrealistisch hoog percentage: gemiddeld brengen aandelen op de lange termijn 7 à 8% rendement per jaar op.

Wie als kleine zelfstandige of ondernemer een beetje serieus voor zijn pensioen gaat beleggen, is al snel slechter af door het verdwijnen van de vrije voet. Vanaf het moment dat hij meer dan €1.800 rendement haalt in een jaar, is hij meer aan de fiscus kwijt als zijn rendement hoger uitkomt dan grofweg 3%.

Heeft hij €50.000 in aandelen zitten en haalt hij in 2028 5% rendement, dan betaalt hij €252 belasting. Terwijl hij nu, anno 2026, niks zou hoeven betalen, dankzij die belastingvrije voet van €59.537. En stel, hij maakt over diezelfde €50.000 in 2026 een rendement van 8%. Dan betaalt hij €792 en houdt hij ineens niet meer €54.000 aan vermogen over, maar €53.208.

Als een belegger een ton in aandelen heeft zitten en daarover 8% rendement boekt, is hij in 2028 maar liefst €1.354 slechter af. Dan betaalt hij geen €878, zoals nu, maar €2.232! En bedraagt zijn vermogen onder aan de streep geen €107.122, maar €105.768. Bij een belegd vermogen van vijf ton is hij straks bij een rendement van 8% zelfs ruim vierduizend euro slechter af en moet hij €13.752 afdragen aan de fiscus, in plaats van €9.518.

De jaarlijkse belastingheffing die vanaf 2028 geldt, gaat ook ten koste van het rente-op-rente-effect: het verschijnsel dat het vermogen van mensen die hun geld lange tijd (zeg tien of twintig jaar) beleggen en de jaarlijkse beleggingswinst niet verzilveren, voor een vliegwieleffect zorgt. Dat proces verstoort de Belastingdienst door elk jaar het rendement te belasten. Maar dat doet zij nu natuurlijk ook, met het fictieve rendement.

Wat ook nadelig uitpakt voor beleggers in de nieuwe belastingwet is dat er straks geen plafond meer geldt voor het bedrag dat je aan de fiscus moet betalen. Nu is dat wél zo, doordat de Belastingdienst uitgaat van een fictief rendement, dat zij per jaar vaststelt (en gaandeweg het jaar ook regelmatig bijstelt). Dat gebeurt sinds de oude rekenmethode van de Belastingdienst eind 2021 werd afgeschoten door de Hoge Raad, het hoogste rechtsorgaan van Nederland.

Het fictieve rendement waarvan de Belastingdienst voor dit jaar (2026) uitgaat, is 6% en over 2025 is dit 5,88%. Voor spaargeld geldt voor dit jaar een fictief rendement van 1,28% en over vorig jaar een van 1,37%. Effectief komt de belastingdruk voor beleggers over 2026 op basis van bovenstaande percentages uit op 2,16%; over 2025 is dit 2,11%. Voor spaarders is dat voor 2026 0,46%.

Wat wél hetzelfde blijft, is het percentage belasting dat de fiscus heft over je rendement: dat blijft 36%. Maar bij het bepalen van het totale rendement telt zij niet alleen het rendement mee dat iemand in een jaar tijd op papier heeft gemaakt op zijn beleggingen, maar ook de inkomsten uit rente en dividend.

Die 36% geldt voor alle typen beleggingen. Maakt niet uit of je in losse aandelen, indexfondsen, obligaties of cryptovaluta zit.

Vraag 3: Moet je als particulier belegger nu actie ondernemen?

Nee. De nieuwe wet gaat pas over een kleine twee jaar in, op 1 januari 2028 en voor die tijd kan er nog veel veranderen. Zeker omdat het protest tegen deze wet groot is. Zo heeft de Tweede Kamer al een motie aangenomen die tot aanpassing van de wet zou moeten leiden en de gewraakte vermogensaanwasbelasting moet vervangen door een zogeheten vermogenswinstbelasting. Ook heeft minister Heinen van Financiën afgelopen dinsdag toegezegd dat de wet ‘terug naar de tekenkamer’ gaat.

Vermogenswinstbelasting hoef je pas te betalen nadat je je beleggingen verkocht hebt, eenmalig dus. Dat zou in elk geval het probleem oplossen dat vanaf 2028 dreigt: dat mensen een deel van hun beleggingen moeten verkopen om de jaarlijkse aanslag van de fiscus te kunnen betalen. Het kersverse kabinet-Jetten dat op 23 februari is geïnstalleerd, moet uiterlijk in september 2028, op Prinsjesdag, met concrete voorstellen komen om dit te realiseren en ook ideëen voor de financiële dekking hiervan aandragen.

Zowel de VEB als Meesman Indexbeleggen achten het zeer waarschijnlijk dat de wet door aanpassingen verbeterd zal worden, al is nog onduidelijk wanneer dit gebeurt en wat er dan precies verandert. Wat Joost Schmets, adjunct-directeur van de VEB betreft is verruiming van de verliesverrekening een belangrijk punt. ‘Stel, je boekt in 2028 een positief rendement van 10% en het jaar erop een van 8%, maar in 2030 volgt een verlies van 20%. Dan mag je dat volgens de nieuwe wet niet verrekenen. Maar stel dat je in 2028 20% verlies maakt en de jaren erop juist winst, dan mag je dat wél verrekenen. De verliesregels zijn te beperkt, omdat je volgens de nieuwe wet verliezen alleen met toekomstige winsten mag verrekenen.’

Wat Meesman betreft is er nog een reden waarom beleggers nu nog niets moeten veranderen aan hun beleggingen of beleggingsgedrag. ‘Je moet je daarin nooit alleen door fiscale overwegingen laten leiden. En beleggen blijft hoe dan ook een hoger rendement opleveren dan sparen, ook na belasting.’

Op dit moment is het belangrijkste nu eerst of de Eerste Kamer ook vóór de nieuwe wet zal stemmen, net als de Tweede Kamer deed op 12 februari. Op 24 februari besprak de Eerste Kamercommissie voor financiële zaken in een zogenaamde procedurevergadering hoe het wetsvoorstel behandeld gaat worden en wat er bijvoorbeeld nog aan voorbereidend onderzoek moet plaatsvinden.Daaruit werd duidelijk dat zij waarschijnlijk in mei over de wet gaat stemmen.

Wat de kans vergroot dat de vermogensaanwasbelasting in de toekomst verdwijnt , is dat Eelco Heinen (VVD), opnieuw minister van financiën in het kabinet-Jetten, belasting heffen over de papieren winsten van beleggers publiekelijk ‘unfair’ heeft genoemd en dat slechts als een tijdelijke oplossing beschouwt. ‘De vraag is alleen wel hoe lang het zal duren voor dit wordt afgeschaft en vervangen door een vermogenswinstbelasting,’ zegt Schmets van de VEB. ‘De vermogensaanwasbelasting levert toch zekere inkomsten op voor de schatkist.’ De belasting zou per jaar ongeveer €2,4 miljard in het laatje brengen.

Stel dat de vermogensaanwasbelasting in 2030 of 2031 weer verdwijnt. In dat geval blijft de schade die de nieuwe wet in onaangepaste vorm veroorzaakt redelijk beperkt. Beter zou het misschien zijn, zegt Meesman, like als de overheid al vóór 2028 de wet aanpast en gelijk kiest voor een vermogenswinstbelasting – en de vermogensaanwasbelasting dus helemaal afschiet.

Vraag 4: Waarom stemde de Tweede Kamer in met de nieuwe wet, gezien de nadelen? Heeft die ook voordelen ten opzichte van de huidige regels?

De overheid móest wel met een nieuwe wet komen nadat zij teruggefloten was door het hoogste rechtsorgaan, de Hoge Raad. Dat gebeurde nadat een belastingadviseur, Cor Overduin, samen met de Bond voor Belastingbetalers een aantal jaren geleden tegen de staat ging procederen, vanwege de manier waarop die spaarders en particuliere beleggers belastte in box 3. Overduin kreeg gelijk van de rechter: die stelde in zijn ‘kerstarrest’ van eind 2021 dat het te hoge fictieve rendement waarvan de fiscus uitging voor spaarders (meer dan zij aan rendement haalden) spaarders discrimineerde ten opzichte van beleggers. Sindsdien kan de fiscus zijn oude berekeningssystematiek niet meer toepassen, waardoor de schatkist heel veel geld is misgelopen en nog steeds misloopt. Volgens NRC zal de hersteloperatie ‘naar verwachting vele jaren duren en de overheid naar verwachting 16,6 miljard euro kosten.’ De tijdelijke regels ter overbrugging op basis waarvan de Belastingdienst nu de aanslagen voor beleggers en spaarders bepaalt, zijn niet houdbaar: het kost de fiscus teveel tijd om die uit te voeren – en daarmee geld.

De noodzaak tot verandering is dus groot. Dat is ook de reden waarom de drie coalitiepartijen van het nieuwe kabinet-Jetten, VVD, D66 en CDA, voorstander zijn van de nieuwe Wet. Dat is ook een geldkwestie: zonder de nieuwe wet zou er een groot financieel gat in de begroting vallen vanaf 2028. De reden waarom een meerderheid van de partijen in de Tweede Kamer op 12 februari heeft ingestemd met de nieuwe wet is omdat de regels die nu gelden in sommige opzichten nog slechter zijn dan de nieuwe.

Zo wijst Joost Schmets van de VEB erop dat de huidige aanslag van de fiscus de doodslag is voor wie defensief belegt, in staats- of bedrijfsobligaties met een krediet-rating in de categorie investment grade (ofwel een rating tussen de AAA en BBB-). Uit onderzoek van de VEB van afgelopen najaar blijkt dat defensief beleggen nu niet uitkan – en dat is zelfs nog zo nu de fiscus het fictieve rendement op beleggen eind 2025 heeft verlaagd van 7,78% naar 6%. Wie defensief belegt, boekt de facto een negatief rendement nadat hij afgerekend heeft met de Belastingdienst; hij moet immers ook rekening houden met de inflatie en de kosten die hij moet maken om te beleggen. Dat laatste is beter geregeld in de nieuwe wet: die kosten zijn straks aftrekbaar.Ook wie nu in goud belegt of oude flessen whisky, schrijft de VEB, is slecht af met de huidige regels. Want de fiscus gaat daarbij van hetzelfde fictieve rendement uit als bij aandelenbeleggers. ‘Terwijl dit bezittingen zijn die hun waarde ontlenen aan schaarste en sentiment, niet aan kasstromen. Een goudstaaf in de kluis betaalt geen rente; een fles whisky van dertig jaar oud stijgt alleen in waarde als iemand er meer voor over heeft. Toch worden ze fiscaal belast alsof er elk jaar 6% rendement op wordt behaald.’

Het onbedoelde effect, aldus de VEB, is dat beleggers defensieve beleggingen zoals obligaties steeds meer mijden, omdat die verlies opleveren nadat de fiscus met je heeft afgerekend. Terwijl die van oudsher een belangrijk onderdeel vormen van een uitgebalanceerde portefeuille, waarin het risico breed gespreid is over verschillende typen beleggingen. Zo’n portefeuille is beter bestand tegen grote koersdalingen van aandelen. ‘Een meer voorkomende verdeling is nu een portefeuille van cash en aandelen.’

Maar de nieuwe wet heeft ook voordelen, stelt Hendrik Meesman. Zo vindt hij het een verbetering dat het verrekenen van verliezen mogelijk wordt, ook al kan dat alleen met toekomstige winsten. ‘Nu kan dat helemaal niet.’ Daarnaast zegt hij het als econoom ‘eerlijker te vinden’ dat in de nieuwe wet het werkelijke rendement wordt belast, in plaats van dat de Belastingdienst uitgaat van een fictief rendement. Als dat fictieve rendement niet klopt, kan je weliswaar bezwaar aantekenen, maar dat is volgens de VEB wel veel gedoe.

De auteur of auteurs hebben geen positie in effecten die in dit artikel genoemd worden. Ontdek meer over Morningstar's redactionele beleid.