Door de uitstroom van kapitaal zijn actieve beheerders in een race verwikkeld om ETF’s te lanceren die dezelfde strategieën volgen als de traditionele beleggingsfondsen die velen van hen al aanbieden. Om een indruk te geven van deze ontwikkeling, staat hieronder een tijdlijn van de nieuwe, actief beheerde aandelen-ETF’s, gesorteerd op jaar (niet al deze ETF’s zijn varianten van bestaande fondsen, maar wel veel).
Active Equity ETF Launches, by Inception Year
Deze actieve ETF’s zijn vrijwel altijd goedkoper dan vergelijkbare beleggingsfondsen. Ter illustratie een vergelijking van de gemiddelde kosten van actieve aandelen-ETF’s en open-end fondsen per Morningstar Categorie.
Average Expense Ratio by Investment Type and Morningstar Category
De gemiddelde actief beheerde ETF kost ongeveer 30 tot 40 basispunten minder per jaar dan een gemiddeld open-end fonds van hetzelfde type.
Helderder beeld?
Verbeteren hierdoor de vooruitzichten voor actieve beleggingsfondsen voor aandelen? De meeste daarvan presteerden gemeten over een langere periode minder goed dan de index, na aftrek van de hogere kosten die zij als open-end fondsen in rekening brachten. De vraag is dus of in hun nieuwe, goedkopere vorm als actieve ETF’s de kans groter is dat zij de index wél verslaan.
Om die vraag te beantwoorden, heb ik een eenvoudig onderzoek gedaan: ik heb het maandelijkse rendement van actieve Amerikaanse en internationale aandelenfondsen verzameld vanaf januari 2001, samen met hun maandelijkse Morningstar-categorieclassificatie. Dit onderzoek omvatte ook inmiddels opgeheven actief beheerde fondsen. Ik heb steeds de oudste aandelencategorie gebruikt van elk fonds.
Elke maand berekende ik het gemiddelde rendement van actief beheerde fondsen die in elke Morningstar Categorie waren opgenomen op basis van de fondsen die die maand aan die categorie toegewezen waren, tot augustus 2025. Vervolgens heb ik die gemiddelde maandelijkse rendementen over de volledige periode van 296 maanden samengevoegd en het resultaat vergeleken met de benchmark van elke Morningstar-categorie. Zo berekende ik het jaarlijkse extra rendement dat actief beheerde fondsen haalden in elke categorie.
Hieronder vindt u de resultaten:
Average Annual Excess Returns by Category (Jan. 1, 2001 - Aug. 31, 2025)
Samengevat bleef het gemiddelde beleggingsfonds in 15 van de 27 categorieën achter bij de index. In een paar van de populairste categorieën, zoals large blend, presteerde het actieve fonds zelfs veel slechter.
Zou dit veranderen als de verwachte kostenbesparingen verdisconteren die ontstaat als je dezelfde strategieën aanbiedt in de vorm van een ETF? Om daar achter te komen, heb ik het gemiddelde extra rendement in de tabel hierboven aangepast door er de gemiddelde kostenbesparing die ik al had berekend van af te trekken. De aangepaste cijfers vindt u in de rechterkolom, genaamd ‘pro forma’, in onderstaande tabel.
Pro Forma Average Annual Excess Returns, by Morningstar Category (Jan. 1, 2001 - Aug. 31, 2025)
In enkele gevallen zou het gemiddelde extra rendement na aftrek van de kostenbesparing (de groen gearceerde cellen) veranderen van negatief in positief. Maar in de meeste gevallen maakte dit niet een verschil van mislukking naar succes, maar om verschillende gradaties van een ondermaatse prestatie.
Zegt u dat de kans wel bestaat?
Enkele kanttekeningen: hoe ontnuchterend bovenstaand beeld ook is, het zou kunnen dat de gemiddelde bruto prestaties van actieve beleggingsfondsen voor aandelen vóór aftrek van de kosten verbeteren. Opgeteld bij de lagere kosten van actieve ETF’s zou dat hun nettorendement boven dat van de de index kunnen uittillen. Ook zouden beheerders kunnen besluiten om de kosten van actieve aandelen-ETF’s nog meer te verlagen om concurrerend te blijven.
Wat is er voor nodig om bijvoorbeeld actieve large-blendfondsen over de streep te trekken? Ze lopen jaarlijks 1,4 procentpunt achter vergeleken bij de index, zelfs als je uitgaat van de gemiddelde kostenratio van 0,57% die actieve ETF’s hebben. Het lijkt erop dat zij vanaf dit punt weinig meer kunnen besparen op de kosten. Ze zouden dus hun prestaties vóór kosten moeten verbeteren. Concreet zouden zij om beter te presteren dan de index die met minstens 40 tot 50 basispunten per jaar vóór kosten moeten verslaan – ervan uitgaand dat de kosten van actieve large-blend-ETF’s nog iets dalen.
Actieve large-blend-fondsen is dat al eerder gelukt, maar niet vaak. Dat blijkt uit onderstaande grafiek, die het gemiddelde rendement van actieve large-blend-fondsen weergeeft in elkaar opvolgende periodes van 36 maanden vóór kosten ten opzichte van de Russell 1000-index.
Active Large-Blend Funds: Average Annual Rolling 36-Mo. Excess Return (Jan. 1, 2001 - Aug. 31, 2025)
Het gemiddelde actief beheerde fonds heeft sinds september 2023 niet meer zo veel beter gepresteerd dan de index. Sterker nog, gemiddeld was het extra rendement het grootste deel van de tijd afgelopen decennia negatief.
Maar het is niet alleen maar kommer en kwel: buitenlandse en wereldwijde large-cap peer groups zijn vaker succesvol met actief beheerde fondsen. Daar heeft de fondsbeheerder een grotere kans om beter te presteren door de kostenvoorsprong van ETF’s.
En de belasting dan?
Het klopt dat actieve aandelen-ETF’s fiscaal gezien doorgaans veel gunstiger uitpakken dan vergelijkbare actieve beleggingsfondsen. Dat komt omdat bij ETF’s het zogeheten mechanisme van creatie/terugkoop in natura optreedt. Dat houdt in dat een marktmaker het pakket onderliggende beleggingen omruilt voor ETF-aandelen (en andersom). Daardoor kan de ETF posities met een lage historische kostprijs eruit gooien. Dat vermindert – en idealiter voorkomt – dat belastbare koerswinsten behaald worden binnen de ETF.
Daardoor en door de lagere kosten van actieve aandelen-ETF’s ten opzichte van vergelijkbare open-end-fondsen, denk ik dat iemand met een beleggingsrekening voor de ETF zou kiezen en niet voor de beleggingsfondsversie die dezelfde strategie volgt. Die zou na belasting aanzienlijk beter moeten presteren.
Maar let op: ik heb het - met reden - nog niet gehad over de fiscale voordelen van actieve aandelen-ETF’s. Want als die de index niet kunnen verslaan vóór belastingen en er geen reden is waarom een vergelijkbare ETF of indexbeleggingsfonds fiscaal minder gunstig is dan de bewuste actieve ETF, dan is elke belastingtechnische verbetering een Pyrrusoverwinning. Ja, in dat geval scoort die na belastingen iets beter dan voorheen, maar hij zal nog steeds tekortschieten. En voor velen is dat de enige lakmoesproef die telt.
Conclusie
Lagere kosten zijn welkom en beheerders die goedkopere versies aanbieden van actieve ETF’s prijzenswaardig. Maar dit zal het beeld niet fundamenteel veranderen: het zal waarschijnlijk moeilijk blijven voor actieve beleggingsfondsen in aandelen, vooral in de populairste sectoren, zoals large blend en large growth.
Behalve dan in categorieën waarin beheerders erin geslaagd zijn om waarde toe te voegen, zoals bij small value. Maar voor de rest geldt dat er veel lagere kosten voor nodig zijn of veel betere prestaties vóór kosten om echt het verschil te maken. Daarom zou ik in de meeste gevallen niet ingaan op aanbiedingen van beheerders van actieve aandelenfondsen in de vorm van goedkopere ETF-versies van hun actieve beleggingsfondsen.
Dat wil niet zeggen dat iedereen maar moet indexeren. Degenen die overtuigd voor een actief aandelenfonds gaan, hebben volgens Morningstar-analisten een grote keus aan fondsen, zowel traditionele beleggingsfondsen als ETF’s. (Als u besloten hebt om actief te willen beleggen en die strategie wordt aangeboden in de vorm van een goedkopere ETF, dan zou ik die route overwegen.)
De bewijslast ligt nog steeds bij de actieve beheerders. En totdat zij hun casus overtuigender onderbouwen, zou ik hun aanbod, zoals dat van goedkopere ETF-versies van hun beleggingsfondsen, niet accepteren.
Ingeschakeld
Enkele persoonlijke lees-, luister- en kijktips:
- Skip it: Christine Benz over vijf onnodige beleggingen
- Amy Arnott over wat te doen met je reserves nu de Fed de rente heeft verlaagd
- Mediamagnaat in het kwadraat Patrick O’Shaughnessy over verleden, heden en toekomst van creativiteit en media met Barry Diller
- All right, all right, all right: Matthew McConaughey neemt het leven door met Neal Brennan
- Wet Leg “Mangetout” (expliciet)
- Rust in vrede, Jim Kimball: hij was een dijk van een drummer voor diverse invloedrijke hardcore-bands.
Hou contact met me
Ik hoor graag van u. Heeft u feedback? Een idee voor een artikel? Stuur mij dan een e-mail: jeffrey.ptak@morningstar.com. U kunt mij ook volgen op Twitter/X via @syouth1. Daarnaast schrijf ik af en toe artikelen op Substack, onder Basis Pointing.

