In de podcast „The Morning Filter“ van 10 augustus sprak presentator Susan Dziubinski met Michael Field, marktstrateeg bij Morningstar Europe, over de risico’s en kansen op de markten buiten de VS, en over zijn favorieten. Hieronder kunt u de interessantste fragmenten van dit gesprek teruglezen.
Susan Dziubinski: Laten we het hebben over de niet-Amerikaanse aandelenmarkten. Op papier presteren die dit jaar beter dan Amerikaanse aandelen, maar Europa niet, toch?
Michael Field: Dat klopt. Ik denk dat sommige cijfers van niet-Amerikaanse aandelen vertekend zijn, bijvoorbeeld doordat opkomende markten het bovengemiddeld goed doen. Maar Europa heeft de ontwikkelingen in de VS eigenlijk redelijk goed gevolgd, al bleven de prestaties daar iets achter. Europa boekte sinds begin dit zo’n 10,5 % winst, versus de VS circa 12,5 %. Dat zijn onder aan de streep behoorlijk goede prestaties, zou ik zeggen.
Wat beïnvloedt de prestaties van de Europese aandelenmarkten?
Dziubinski: Laten we het hebben over welke factoren de prestaties van Europese aandelen een positieve impuls kunnen geven. Zit het verschil ‘m in de opkomende markten? Gaat het om het verschil tussen ontwikkelde en opkomende aandelenmarkten? Of verschillen de prestaties eerder per sector? Of beide, of gaat het om iets heel anders?
Field: Ik denk dat er veel nuances zijn. Het is niet verrassend dat, gezien alles wat er dit jaar speelde met de oorlog in Iran, veel factoren hierbij een rol spelen. Ik denk dat kunstmatige intelligentie bijvoorbeeld een belangrijke rol heeft gespeeld. We kunnen geen gesprek voeren zonder dat het over AI gaat. En AI-aandelen presteren de laatste tijd heel goed. En op de Amerikaanse aandelenmarkt zijn natuurlijk heel veel AI-bedrijven en de Magnificent Seven - Alphabet, Amazon, Apple, Meta Platforms, Microsoft, Nvidia en Tesla) genoteerd.
Als ik naar de Stoxx 600 kijk, de belangrijkste Europese index, dan zie je dat de aandelen die afgelopen kwartaal de beste prestaties leverden binnen die index allemaal gelieerd waren aan AI, of het nou om chipbedrijven ging of om andere aandelen. Ik denk dat een van de redenen waarom Europa, wat minder goed gepresteerd heeft dan de VS, is dat Europa niet dezelfde blootstelling heeft aan ‘Big Tech’-giganten als de Amerikaanse markt.
Zit er een waarderingskloof tussen Europese en Amerikaanse aandelen?
Dziubinski: Laten we het ook nog even hebben over de waarderingen. Hoe zien Europese aandelen eruit vergeleken met Amerikaanse aandelen, als je zuiver naar de waardering kijkt? Zit er een grote waarderingskloof tussen die twee markten?
Field: Verrassend: als je naar de waarderingen kijkt, gezien de uitstekende prestaties van de aandelenmarkten en de uitstekende prestaties van de VS, zou je verwachten dat aandelen daar tegen vrij hoge premies worden verhandeld. Maar dat is niet zo. De Amerikaanse markt is op het eerste gezicht nu zelfs aantrekkelijker dan de Europese. De markt is ongeveer 10% goedkoper dan onze Fair Value Estimate; in Europa bedraagt die korting ongeveer 4%. Is daar sprake van enorme waarde? Zeker niet in Europa, zou ik zeggen, maar het is niet duur. Het cijfer doet waarschijnlijk geen recht aan het verhaal erachter: als ik de koersen uitsplits per sector liggen er veel aantrekkelijke kansen voor beleggers binnen sectoren.
Waar liggen in Europa de kansen?
Dziubinski: Laten we het hebben over de kansen die Europa biedt vanuit het oogpunt van de waardering. Maar laten we eerst kijken naar de beurswaarde en beleggingsstijl. Wat is nu aantrekkelijker: grote aandelen of kleine aandelen? En moet je voor waarde-aandelen gaan of voor groei-aandelen? Waar liggen de kansen?
Field: Ik denk dat er heel veel veranderingen hebben plaatsgevonden. Ik ben blij dat ik de cijfers af en toe update, want het beeld in Europa is drastisch veranderd. De eerste twee kwartalen van dit jaar heb ik al vaker gezegd dat Europese smallcaps erg aantrekkelijk zijn, veel aantrekkelijker dan de Amerikaanse. Veel meer dan Amerikaanse beleggers beseffen.
De afgelopen maanden hebben we gezien hoe de waarderingen van smallcaps in waarde zijn gestegen of gedaald. Ze zijn duurder geworden. Als ik nu kijk waar de kansen liggen in Europa, dan is dat vaak in het segment van middelgrote bedrijven en vele daarvan zijn waarde-aandelen. Sommige waarde-aandelen, die niet echt hetzelfde groeiprofiel hebben, zijn juist aandelen die er nu in Europa aantrekkelijk uitzien.
Welke Europese sectoren zijn in uw ogen nu aantrekkelijk?
Dziubinski: Laten we het hebben over de specifieke sectoren waar kansen liggen voor beleggers. Kunt u zeggen welke sectoren er nu vooral aantrekkelijk uitzien? En welke sectoren misschien juist bijzonder duur? En kunt u ook aangeven in hoeverre het beeld per sector vanuit waarderingsoogpunt in Europa verschilt van dat in de VS?
Field: Zeker. Laten we beginnen met het aantrekkelijkste onderwerp, namelijk de goedkoopste sectoren in Europa of de sectoren die wij het aantrekkelijkst vinden. Dat zijn zonder twijfel sectoren die gericht zijn op de consument. Zowel niet-essentiële consumentengoederen als defensieve sectoren behoren tot de goedkoopste in Europa, vooral de cyclische sector. Die noteert momenteel tegen een korting van ongeveer 16% ten opzichte van onze Fair Value Estimate. Hoewel de index als geheel bijna redelijk gewaardeerd is, liggen er in de sector niet-essentiële consumentengoederen nog steeds zeer aantrekkelijke kansen.
Aandelen uit de sector defensieve consumentengoederen worden nog steeds tegen een redelijke korting verhandeld - van ongeveer 9%. Er zijn zichtbare aanwijzingen dat de prestaties in die sector zullen verbeteren. Bij sommige bedrijven die defensieve consumentengoederen verkopen, hebben wij al verbeteringen gezien. Zij slaagden er afgelopen kwartaal in om meer te verkopen en hogere prijzen te vragen. Dat betekent dat u niet investeert in iets dat zich nooit meer gaat herstellen. Wij zien nu al tekenen van herstel.
Ook de zorg is een goedkope sector in Europa. Of liever gezegd: een aantrekkelijke sector. Die heeft al lange tijd te kampen met allerlei factoren die de groei afremmen, vooral overheidsregulering en zorgen over octrooien. Maar de laatste maanden is sprake van een kleine opleving. Beleggers beginnen weer interesse te tonen in deze sector.
Het cijferseizoen is voor veel van deze bedrijven opnieuw positief verlopen. In onze ogen zijn ze dus nog steeds zeer aantrekking. Wat betreft overgewaardeerde of minder aantrekkelijke sectoren: in Europa bestaat er geen enorme ongelijkheid qua waardering. Er zijn weinig sectoren die ik zwaar overgewaardeerd vind en die ik zou aanraden te mijden. Zelfs sectoren die een enorme koersstijging hebben doorgemaakt, zoals de energiesector, zijn redelijk gewaardeerd. Hetzelfde geldt voor de financiële sector, die misschien een paar procentpunten overgewaardeerd is.
De enige sector die het in Europa nu een beetje verhit raakt, is de technologiesector. Die noteert tegen een premie van ongeveer 10% ten opzichte van onze Fair Value Estimate, maar is nog niet zo hoog dat wij ons zorgen maken. Wat betreft waarderingsverschillen per sector: veel waarderingen zijn tot op zekere hoogte gecorreleerd. Maar de sector defensieve consumentengoederen – waarvan ik al zei dat die goedkoop is – is een stuk goedkoper is dan in de VS.
Eén reden daarvoor is dat we in Europa geen enorme reuzen hebben, zoals Walmart WMT die zulke hoge waarderingen hebben dat ze het gemiddelde omhoog trekken. Een andere reden is de technologiesector, vooral die in de VS, omdat wij vrij optimistisch zijn over de Magnificent Seven en veel andere AI-bedrijven; wij denken wij dat er daar enorme mogelijkheden voor groei liggen. Zij worden in de VS nu tegen lagere waarderingen verhandeld dan sommige Europese technologiebedrijven. Het beeld is zeer gevarieerd.
Waarom je als je buiten de VS belegt moet letten op geopolitieke onrust en inflatie
Dziubinski: Laten we ons perspectief verbreden, Michael, en het hebben over wat de grootste risico’s zijn waar Amerikaanse beleggers die wereldwijd beleggen de rest van dit jaar op moeten letten.
Field: Ik heb al gezegd dat de waarderingen niet hoog zijn, toch? Tegelijkertijd had ik, gezien de vele risico’s waar we nu wereldwijd te maken hebben, niet verwacht dat beleggers zo optimistisch zouden zijn als nu. Ik dacht dat ze een beetje voorzichtiger zouden worden en zich iets meer zorgen zouden maken over de gevaren die dreigen. Maar wat we zien is dat de risico’s die nog steeds op de achtergrond spelen – zoals de inflatie en rentestijgingen – langzaam minder belangrijk worden, al denk ik dat je ze wel in je achterhoofd moet houden. Toen de oorlog met Iran uitbrak, dachten we echt dat de rentes omhoog zouden schieten, en omhoog móesten schieten om de inflatie te compenseren, waarvan wij verwachtten dat die over de hele linie door het dak zou gaan.
Maar de inflatie valt in de VS en Europa best mee. In Europa is die nu slechts 2,6 % à 2,7 %, en in de VS is dat niet heel anders. Dat is een positieve verrassing. Maar het gevaar is dat naarmate de oorlog met Iran en de crisis in het Midden-Oosten langer duurt – waarbij de Straat van Hormuz de ene week gesloten is en de volgende weer open is – dit uiteindelijk wél zijn tol zal eisen in de wereldeconomie. Misschien zal de inflatie daardoor nieuwe records gaan breken en moet de rente worden verhoogd. Ik denk dat beleggers dit onderwerp nog lang kunnen blijven negeren, maar zodra de rentes gaan stijgen, gaat dat de economie schaden en moeten wij ons allemaal zorgen gaan maken. Ik wil nog geen groot alarm slaan, maar je moet dit als belegger wel in je achterhoofd houden en je niet teveel laten meeslepen.
Favoriete Europese aandelen
Dziubinski: Laten we het nog even over uw favorieten hebben. Over ondergewaardeerde aandelen die u aanspreken en toegankelijk zijn voor Amerikaanse beleggers. Wat spreekt u aan?
Field: Amerikaanse beleggers hebben afgelopen jaar, twee jaar, in Europa gelet op defensie-aandelen. Die zijn op de Amerikaanse markt niet op op dezelfde manier beschikbaar. Een groot Europees aandeel is Rheinmetall RNMBY, een Duitse wapen- en defensiefabrikant, die de afgelopen drie à vier jaar een enorme koersstijging heeft doorgemaakt. Daar waren tal van redenen voor. Het bedrijf is een grote wapenleverancier voor de oorlog in Oekraïne, waardoor de waardering en de aandelenkoers zijn gestegen. Maar de afgelopen zes maanden is de aandelenkoers vrijwel gehalveerd ten opzichte van de hoogste koersen. Als je naar onze huidige Fair Value Estimate kijkt, zie je dat wij denken dat dit aandeel vanaf het huidige niveau bijna zou kunnen verdubbelen.
Er zijn een paar zaken die de koers enorm stimuleren en Europese landen zoals Duitsland zullen minstens een decennium nodig hebben om alleen al de wapenvoorraad aan te vullen die zij aan Oekraïne hebben geleverd. Maar in de koers van deze aandelen – vooral die van Rheinmetall RNMBY – zijn veel positieve ontwikkelingen die wij óók waarnemen nog steeds niet verdisconteerd. Beleggers betwijfelen of de afspraken die de NAVO-landen hebben gemaakt over hogere overheidsuitgaven aan defensie daadwerkelijk, en vooral door de Europese landen, zullen worden gerealiseerd. Maar wij zien op dat gebied daar nog steeds een enorm groot opwaarts potentieel.
Het tweede aandeel dat ik wil noemen, is RELX RELX, een Brits-Nederlands bedrijf dat zich min of meer bezighoudt met de software- en datakant van deze zaken. Wij hebben recent een rapport geschreven over de ‘SaaSpocalypse’, waarin wij RELX RELX ook noemen. We hebben het aandeel bestudeerd en zijn tot de conclusie gekomen dat het nog steeds een grote concurrentievoorsprong heeft. Wij denken dat het aandeel goed zal presteren. Het beschikt over eigen databestanden en heeft een groot aantal producten, zoals LexisNexis, dat sommigen wellicht kennen.
Dat is een vrij wijdverspreid product, dat in een van de categorieën valt binnen de Software-as-a-Service-sector waarvan wij denken dat AI die niet zal ontwrichten, of die AI voldoende omarmt om niet te worden ontwricht. Toch is de aandelenkoers, net als die van veel andere softwarebedrijven, gedaald. Wij zien nu veel opwaarts potentieel voor dit aandeel. Het is een sterk aandeel in onze ogen. Dat laten de cijfers ook zien. Dat is de tweede naam op mijn lijstje.
De derde en laatste naam op mijn favorietenlijstje zit in de nutssector, maar is een zeer interessant nutsbedrijf – voor het geval u nu denkt dat ik een saai aandeel ga aanprijzen. Ik heb het over National Grid NGG, het Britse bedrijf dat verantwoordelijk is voor het elektriciteitsnet in het Verenigd Koninkrijk. Wat het bedrijf interessant maakt, zijn ten eerste zijn buitengewoon stabiele en betrouwbare inkomsten. Mensen betalen belasting en dat geld gaat rechtstreeks naar dit bedrijf.
Maar de reden dat er een groei-element in dit aandeel zit, dat het in onze ogen interessant maakt, is dat er in Europa een grootschalige renovatie heeft plaatsgevonden – of landen zich daar zeer aan gecommitteerd hebben – om de toename van duurzame energie op te vangen op het nationale elektriciteitsnet en in te spelen op de veranderingen die hierdoor noodzakelijk zijn. Je ziet dat bedrijven zoals National Grid NGG enorm hebben geïnvesteerd en dat die investeringen gegarandeerd rendement op geïnvesteerd vermogen met zich meebrengen. Dit bedrijf gaat volgens ons de komende jaren hard groeien. Vooral voor Amerikaanse beleggers is het interessant dat dit bedrijf een dividend uitkeert van meer dan 4% uitkeert, dat gedekt is door de kasstroom.
Abonneer u op The Morning Filter via Apple Podcasts of via uw favoriete podcastplatform, en blijf op de hoogte van het nieuwste onderzoek van presentatoren Susan Dziubinski en David Sekera op Morningstar.com.



